Deze website maakt gebruik van cookies om de website te verbeteren: om basisinstellingen te onthouden en om pagina's te delen via social media. U kunt het gebruik van cookies door onze website zelf beheren. Als u gebruik wilt maken van alle functionaliteiten op deze website, klik dan hieronder op Accepteren.
Met behulp van de onderstaande instellingen kunt u een keuze maken uit de cookies die u wilt accepteren. Het niet accepteren van cookies zal resulteren in een beperkte functionaliteit binnen de website.
Jaarlijks worden door de leden van de wildbeheereenheid en andere natuurliefhebbers op vaste momenten momenten tellingen van de verschillende wild- en faunasoorten uitgevoerd. Afhandekelijk van de faunasoort en de doelstelling van de telling wordt er gebiedsdekkend (WBE-breed) of representatieve tellingen uitgevoerd. We onderscheiden momenteel de drie landelijke tellingen:
de wintertelling
de voorjaarstelling (ganzen/kraai-achtigen)
de zomertelling
Aanvullend naar behoefte jaarlijks de volgende soort- of locatiegebonden specifieke tellingen uit:
de hazentelling
de konijnentelling t.b.v. onderbouwing gebiedsgebonden ontheffingen (sportvelden, begraafplaatsen, etc.)
de knobbelzwanentelling t.b.v. de onderbouwing van het populatiebeheer op schadegevoelige percelen
de voorjaarstelling grote hoefdieren (reewild-telling)
Doelstelling is primair om de staat van instandhouding van de verschillende faunasoorten in beeld te houden via trendtellingen. Belangrijkste doel is daarbij om via landelijke door het CBS gecertificeerde tel-protocollen inzicht in de ontwikkeling van de populatie-omvang te verwerven: trendtelling.
Op basis van de op deze wijze verzamelde gegevens wordt door de overheid het beleid t.a.v. de opening/sluitingvan de jacht op de wildoorten vastgesteld alsmede de ontheffingen van de Omgevingswet verleend om de door de verschillende faunasoorten veroorzaakte faunaschade tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen zonder de landelijke stand van instandhouding van de wild- en faunasoorten in gevaar te brengen.
De FBEZH stelt in overleg met de Wildbeheer-eenheid de verschillende telsectoren voor de verschillende faunatellingen vast. Hierbij worden rekening gehouden met de soort-specifieke habitat en gestreefd naar vaste telroutes en/of telsectoren om de beoogde identificatie van de trend in de populatie te waarborgen. Voorbeelden:
hazentelling wordt uitgevoerd in de weidegebieden en niet in stedelijke gebieden.
Konijnentellingen in de voor konijnen geschikte habitattypen met risico voor graafschade: duinen, (spoor-)wegen-taluds, sportvelden, olie-opslagterreinen, etc.
Wild- en Faunatellingen: WBE-dekkend.
Een telteam bestaat uit minimaal 2-3 personen: een chauffeur, een registrateur (AVI-map) en een extra teller. De chauffeur volgt de voorgeschreven route, de tellers tellen en de registrateur registreert de getelde aantallen fauna in AVI-map. Het telteam is samengesteld uit vrijwilligers (WBE-leden, vogelaars, faunaliefhebbers, weidevogelliefhebbers, etc.), die zich voor de telling bij de telcoördinator hebben aangemeld. Ieder team heeft minimaal 1 deelnemer met gedetailleerde kennis van de toegewezen telsector.