Economie en Wild


Kosten faunaschade in landbouw geschat op ruim 96 miljoen per jaar

Voor het eerst zijn de totale kosten én baten van vogels en zoogdieren aan de landbouw in beeld gebracht. Het CLM voerde de studie uit in opdracht van het Faunafonds. De geschatte schade van 96 mln. is circa 1,5% - 2% van de totale productieopbrengst van 5-6 miljard.

Uit onderzoek van CLM over de periode 2008-2010 blijkt dat een groot deel van de schade veroorzaakt door beschermde soorten (35,3 mln.) wordt vergoed door middel van tegemoetkomingen in de schade of zogenaamde opvangovereenkomsten via het Faunafonds (€ 10,7 mln.) en Dienst Regelingen (€ 11,6 mln.). Veel schade wordt veroorzaakt door vrijgestelde soorten, waar geen schadevergoeding voor wordt gegeven (35 mln.) of bestaat uit niet-vergoede bijkomende kosten (5,7 mln.). Andere kostenposten betreffen middelen voor schadepreventie (€ 2,7 mln.) en arbeidskosten voor het verjagen van vogels en zoogdieren (€ 17,7 mln.).

Van de beschermde soorten veroorzaken ganzen driekwart van de schade gevolgd door allerlei zangvogels in de fruitteelt, met name mezen en kraaien (13% van de totale vastgestelde schade). De meeste schade vindt plaats in gras (73%), daarna in fruit (13%) en in granen (7%). De tegemoetkoming in schade

 

 

 

die het Faunafonds voor deze soorten uitkeert, is gericht op individuele grondgebruikers die schade hebben terwijl ze preventieve maatregelen namen om dit te voorkomen. Een grote schadepost (eerste ruwe schatting 35 mln.) wordt veroorzaakt door vrijgesteldesoorten, zoals zwarte kraai, kauw, houtduif en konijn. De meeste schade wordt veroorzaakt ingraan en fruit met als grootste boosdoeners zwarte kraai en kauw. De hoogte van deze schadepost is opmerkelijk, omdat deze vrijgestelde soorten vrijelijk mogen worden bestreden als zij schade aan landbouwgewassen veroorzaken.



Baten van schadesoorten zijn er ook: meeropbrengst bij granen door lichte ganzenbegrazing en de verhuur van jachtterrein leveren ca.
1,6 mln. op, circa 2% van de totale geschatte faunaschade. Baten van niet-schadesoorten of baten voor andere sectoren zijn buiten beschouwing gelaten. Het Faunafonds is het kennis- en adviescentrum voor het beheer van de Nederlandse fauna. Tot zijn kerntaken behoren het verrichten van onderzoek naar faunaschade, het adviseren van het Ministerie van EZ en provincies en het verlenen van tegemoetkomingen bij schade aan gewassen in de landbouw.
De rapportage ‘Kosten en baten voor de landbouw van schadesoorten’ is te raadplegen via: www.faunafonds.nl. Op deze site vindt u ook andere onderzoeken naar faunaschade, preventie van schade en het beheer van de Nederlandse fauna.

Bovenstaand is een gezamenlijk persbericht van het Faunafonds en het CLM van april 2013.
Voor meer informatie over dit persbericht kunt u contact opnemen met de heer mr. ing. H.
Revoort, secretaris van het Faunafonds, T 078 - 6395 370 of dr. A. Guldemond, onderzoeker bij het CLM, T 0345-470721. Zie voor het rapport:
www.clm.nl/uploads/pdf/813-Kosten_baten_landbouw_schadesoorten-web.pdf
Met dank aan CLM/Dhr. J.A. Guldemond voor de verleende publicatietoestemming.

-----------------------------------------------------------------------------
Wild van economie.

Zojuist het boekwerkje "wild van economie" van de hand van Tom Bade, Reinier Enzerink, Berend van Middendorp en Gerben Smid (Triple E) van de KNNV Uitgeverij ontvangen én in één ruk uitgelezen. Toegankelijk geschreven en met veel cijfermateriaal onderbouwd. Doelstelling van het aan het boekwerkje ten grondslag liggende onderzoekvraag was het in beeld brengen van de baten van (grof-)wild in de verschillende gebieden in nederland. om zo een bredere kijk te krijgen op de economische waarde van wild dan alleen de reeds uitgebreid in kaart gebrachte wildschade of de zogenoemde intrinsieke waarde van wild.

Citaten: "In dit boek wordt duidelijk gemaakt dat indien we de natuur in het algemeen en het wild in het bijzonder beschermen, dit leidt tot economische kansen (baten). Immers, wordt wild zichtbaar dan gaan mensen kijken, genieten en geld besteden aan camara's, boeken, kleding en vooral eten en drinken. Natuurbescherming wordt daarmee economisch beleid."

Mensen en dieren kunnen goed samen leven. En dit is ook noodzakelijk om de voortschrijdende vervreemding tussen mens en natuur en mens en wild een halt toe te roepen. Dat is geen pleidooi om alles maar open te gooien en iedereen vrij spel te geven. Maar wel is het een pleidooi om de kansen die er zijn te benutten. De resultaten van deze studie laten zien dat niet alleen de natuurgebieden dragers zijn van de regionale economie, maar dat op veel plaatsen waar wild aanwezig is dit een extra dimensie toevoegt, daarmee extra waarde toevoegt en daarmee een impuls kan leveren aan de regionale economie. Sterker nog, het kan zelfs economisch lucratief zijn om deze dieren te herintroduceren. Deze beleveniseconomie van het wild is dermate krachtig dat deze daarmee de traditionele productiefunctie van het wild voorbijstreeft. Niet dat jacht daarmee niet meer aan de orde is, maar het zal steeds vaker gaan om beheer binnen het kader van gevaar, schade of hinder: een proces dat in ons land al heel lang gaande is.

Ook maakt het boek inzichtelijk, dat jagers op zich een belangrijke bijdrage leveren aan de economie: totaal gaven grofwildjagers bij het uitvoeren van het grofwildbeheer jaarlijks €3,688 mln uit aan uitrusting, €28 mln aan jachtrecht en bracht het afschot €890.000 op.